 |
Als tiener zat
Gerard al vol muziek en zong hij in een tweetal gospelkoren. Sinds zijn
opleiding legde hij zich toe op fluiten en gitaar, maar vanaf het moment
dat hij besmet
raakte met het keltische-folk-virus is hij met name te horen op whistle
en accordeon en heel af en toe op de cornamuse.
In Ierland ontwikkelde hij zich
tijdens workshops en sessies met name op de (tin-) whistle en low whistle,
het spelen van jigs en reels behoort sinds die tijd tot één van zijn
meest favoriete bezigheden. |
 |